Ik weet slechts een ding, dat ik niets weet. - Socrates

Tiwi 3Wist je dat arme mensen een kleinere hersencapaciteit of een smallere mentale “bandbreedte” hebben? Maar dat dat niet alleen geldt voor mensen met financiële schaarste, ook voor mensen met andere vormen van schaarste, bijvoorbeeld een schaarste in tijd?

Ik vind dit onwijs herkenbaar, omdat ik, wanneer ik in de veronderstelling leef dat ik te weinig tijd heb, niet alleen minder goed kan nadenken, maar ook simpelweg minder leuk word. Ik voel haast geen controle meer over hoe ik mij gedraag en gedraag mij in ieder geval niet zoals ik mij idealiter zou willen gedragen of hoe ik zou willen zijn.

Wat ik nóg interessanter vind, is dat een schaarste of gebrek aan tijd, slechts de erváring van het gebrek eraan is. En dat ik zelf dikwijls ervoor kan kiezen dat ik wél genoeg tijd heb. Bijvoorbeeld wanneer ik iemand tegenkom op straat en hij of zij mij gedag zegt of iets vraagt. Ik kan er dan bewust voor kiezen om niet die persoon te zijn die haast geen controle heeft over hoe zij is omdat ze denkt dat ze haast heeft, maar om diegene die tegenover mij staat in de ogen aan te kijken, echt te kijken en echt te luisteren. Alsof ik zeeën van tijd heb. Vaak “kost” dat maar enkele seconden of minuten.

Hier had ik het afgelopen weekend over met Cardy, toen we het over Relaties hadden. Wat ik zo verschrikkelijk vervelend vind aan de straten van Addis Ababa, is dat ik er uit een soort van zelfbescherming voor kies om de mensen op straat, wanneer zij mij benaderen, te negeren. Waarom? Omdat het te vaak “con artists” zijn (mensen die je met een zielig verhaal proberen te chanteren of over te halen geld te geven, zie een eerder verhaal van Cardy), bedelaars of mannen die mij als vrouw op een niet-prettige manier benaderen. Ik zou het liefst lief naïef over straat kunnen lopen, maar zelfs een middenweg lukt mij hier niet: als ik mij aan het einde van de dag niet leeg wil voelen, moet ik ze negeren.

En dat gaat eigenlijk rechtstreeks tegen mijn eigen norm of waarde in, de waarde dat je mensen moet respecteren en erkennen dat ze er zijn, dat het oké is dat ze er zijn. Want relaties gaat niet alleen over relaties met je beste vrienden of familie, maar ook over de relaties die je met ieder ander mens in de wereld aangaat. In mijn geval van Addis, dus bijna geen :(.

Zo kwamen we wat betreft “relaties in het algemeen” dus al gauw tot de utopie dat je iedereen in zijn waarde laat: dat ze mogen zijn wie ze zijn en waar ze zijn.

En datzelfde geldt eigenlijk ook voor diepgaandere relaties, de relaties met mensen met wie je je erg verbonden voelt (dat is overigens ook een interessant vraagstuk, of je je wel of niet verboden voelt met mensen dichtbij je en/of met mensen ver van je af?). Deze tweede soort “verbonden relaties” zijn voor mij erg belangrijk en krijgen in mijn dagelijks leven dan ook erg veel ruimte. Dat wil zeggen, in mijn dagelijkse leven in Nederland. Het zijn relaties die ik nodig heb voor mijn eigen welzijn, om de wereld om mij heen beter te kunnen begrijpen èn ook om mijzelf beter te kunnen begrijpen, te leren kennen en te ontwikkelen. Relaties als een plek om je thuis en veilig te voelen, maar ook als een plek voor inspiratie. Daar wil ik méér van!, antwoord ik op de tweede vraag. Het is wat ik tijdens ons reizen nog het meeste mis.

Mijn valkuil is wel eens geweest te denken dat de mensen uit de tweede soort relaties, met wie ik mij vaak erg verbonden voel, ook zo ongeveer hetzelfde zijn als ik. En dat ze bijvoorbeeld op dezelfde manier als ik naar relaties kijken. Een vaak genoemd fenomeen in mijn relatiegeschiedenis is “uit het oog, uit het hart”. Ik heb als meisje vaak gedacht dat de frequentie en hoeveelheid aan contactmomenten rechtstreeks in verband gebracht moet worden met de hoeveelheid liefde die er voor elkaar gevoeld wordt. Als je van iemand houdt of om iemand geeft, zorg je er immers voor dat je die persoon regelmatig spreekt, weet hoe het ècht met hem of haar gaat en een cadeautje langs brengt als hij of zij jarig is. Als dat van de andere kant niet gebeurde, betekende dat waarschijnlijk dat diegene minder van mij hield dan andersom? Maar de mensen bij wie ik voor dit vraagstuk heb komen te staan, zijn nog altijd een onderdeel van mijn leven. Af en toe ontvang ik een luchtkus van ze (en zij van mij) en we weten denk ik allebei dat we bij de ander altijd welkom zijn. Dus misschien heeft het niet met de liefde maar met andere dingen te maken?

Terug naar de utopie, iets waar Cardy en ik het vaak over hebben. We hebben deze reis immers ondernomen om te kijken hoe wij ons leven straks, terug in Groningen, idealiter zouden willen vormgeven. Iets waar ik vaak aan terugdenk is de vanzelfsprekendheid waarmee ik mensen in mijn dagelijkse leven tegenkwam, toen ik nog op school zat. Behalve dat ik zowel tijdens het ontbijt als tijdens het avondeten, drie tot vier familieleden ter gezelschap had, fietste ik dagelijks met iemand “op” naar school, kwam ik op de terugweg vaak nog even langs mijn “tweede ouders”, bezocht ik iemand en route of mocht ik met een vriendin mee naar huis. Een vriendin die ik overigens de hele dag ook al gesproken had tijdens de lessen of anders op zijn minst tijdens de pauzes, wanneer we samen in de schoolkantine achter de bar stonden. Kortom, allemaal sociale contacten die als standaard in het dagelijkse leven verweven lagen.

Op de universiteit was hier ook nog wel wat sprake van, maar tijdens mijn coschappen en later werd dit steeds minder. Hoewel ik op mijn werk vaak leuke collega’s had met wie ik wel een praatje maakte, was dit niet te vergelijken met het gemeenschapsgevoel tijdens schooltijd. Maar nu, op reis door warme landen, zie ik het weer om mij heen. Het tentje om de hoek waar je voor een paar centen op een krukje een kopje koffie en thee drinkt en de een na de ander gedag komt zeggen, even blijft staan, toch ook maar een kopje drinkt. De grotere families die met drie generaties in één huis wonen. Het trage werktempo dat ervoor zorgt dat je echt even samen, ook weer buiten op straat en op een krukje, gaat lunchen. Een sociale infrastructuur, waarbij je telkens weer dezelfde mensen tegenkomt, met wie je een stukje leven deelt. Dát is iets wat we met onze buurthuis “Bar” zouden willen creëren.

En nu kom ik tot de volgende leefregel: sta stil, kijk iemand in de ogen aan en ga die “relatie” aan binnen dat moment, hoe lang dat moment ook moge duren.

 

Wat kan mij dit, straks terug in Nederland, tegenhouden? De ervaring of idee van gebrek aan tijd. Maar zoals ik al eerder schreef, heb ik ontdekt dat ik er zelf voor kan kiezen om dat gevoel los te laten. Gelukkig kan ik daar, behalve hier in Addis, tijdens onze reis veel in oefenen en zal ik ook hier in Addis, als ik mij er veilig bij voel, stilstaan om degene die mij iets vraagt of een kopje thee komt brengen aan te kijken.

Margit.

 

P.s. wil je (geheel vrijblijvend of af en toe) meedoen met de Tien geboden en ook de inzendingen van andere mensen lezen? Meld je hier linksboven aan om af een toe een mail te ontvangen.

4 commentaren

  1. Henk
    22 januari 2016    

    Een relatie maakt onderscheid, ze discrimineert en sluit de (derde) ander uit. ‘Ik kies voor jòu’. Ik kies dus niet voor iedereen. Je schrijft: ‘Relaties als een plek om je thuis en veilig te voelen, maar ook als een plek voor inspiratie.” Ik vrees dat die veiligheid ook de uitsluiting van die ander betekent. Ik beken me tot jou. Een half woord wordt tussen ons genoeg, want ik ken je en ben met je verbonden en dus: in ‘onze’ relatie weet ik me gekend en verbonden met jou. Niet met al die anderen, ja zelfs veilig voor al die anderen. Het is hard maar waar: jij bent de moeite waard en die anderen wat minder. Ook dat is de essentie van die veiligheid en onze ruimte die ons samen inspireert,

    • 22 januari 2016    

      Interessant. Wat betekent het dan voor de veiligheid tussen twee mensen in relatievormen tussen meerdere mensen? Bijvoorbeeld in een gezin, een vriendengroep of een liefdesrelatie tussen meerderen?

  2. Jon Hille
    29 maart 2016    

    Grappig om te lezen Margit en ook zeer herkenbaar! Zeker als het in het kader van het door mij eerder opgeworpen thema ‘prioriTIJD-management’ geplaatst wordt.
    De manier waarop wij elkaar hebben leren kennen is daar ook een mooi en zuiver voorbeeld van. Een onverwacht moment tijdens het (toch vaak gehaaste) boodschappen doen rond etenstijd, maar je daardoor toch niet laten leiden en het gesprek met een onbekende aan gaan. Ik kan me daarom ook zo goed voorstellen hoe onnatuurlijk het voor jou voelt om mensen in het voorbijgaan in Addis te willen negeren. Tijd en aandacht voor de ander in het algemeen heeft in dit licht bezien dus ook met vertrouwen en (wederzijds) respect te maken. Iets waar het ons in Nederland (en omstreken…) helaas ook in toenemende mate aan lijkt te ontbreken…
    Misschien moeten we met z’n allen dat aloude mantra “verbeter de wereld, begin bij jezelf” weer eens afstoffen?!

    • 29 maart 2016    

      Ha Jon! Onze ontmoeting is daar inderdaad een goed voorbeeld voor en een voorbeeld van de werelden die je de kans geeft of uitsluit, alleen door je houding ten opzichte van de omgeving en de tijd. Ondertussen zijn we in Malawi waar de mensen heerlijk schaamteloos veel tijd voor elkaar hebben en het beantwoorden van iemands blik met een glimlach, vaak een glimlach terug en een praatje in gebrekkig Engels opleveren. Heel fijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Mee doen met de Tien geboden?

Wij zijn Margit en Cardy en hebben in november 2014 besloten om voor onbepaalde tijd door Afrika te reizen. Mei 2015 zijn wij vertrokken. We hebben deze keuze gemaakt omdat we samen willen uitzoeken hoe we, bij terugkomst, ons leven willen gaan leiden.

Als je in Nederland opgroeit dan krijg je uiteraard de Nederlandse normen en waarden geleerd en is er een duidelijk verwachtingspatroon over hoe je je leven leeft. Om hier niet direct in te vervallen of misschien zelfs een andere keuze te maken, wilden we weg uit Nederland. Weg om onze gedachten op een rij te zetten en weg om andere normen, waarden en paden te leren kennen.

Op het moment van vertrek waren wij beiden zesentwintig, Margit had dat jaar haar studie Geneeskunde afgerond en ik werkte fulltime in een eetbar. Hoewel we allebei een totaal andere achtergrond/geschiedenis hebben, denken we hetzelfde over onze toekomst en vullen we die heel graag samen in.

Eenmaal terugkomen in Nederland, Groningen om precies te zijn, willen we graag onze eigen buurthuisbar starten. Een plek voor de buurt om bewust te worden van alles wat in andere landen of culturen misschien heel normaal is maar wat we in Nederland soms vergeten. Een plek waar we mensen bewust willen maken van hun gedachten over tijd, maatschappij, familie, creativiteit, filosofie en geld. En een plek waar we kunnen samen-leven.

Ondertussen zijn we bezig met ons grote mensen leven in Groningen vorm te geven en gebeurt er even niet zo veel op deze website. Wie weet volgt er nog een nieuw avontuur of een nieuw project, dan horen jullie van ons!